GGZ Geestelijk Gezondheidszorg

Abvakabo FNV 
Bedrijfstakcao 
Gepremieerde en gesubsidieerde sector (G&G) 
75821 

In deze CAO wordt verstaan onder:

1. De werkgever

1. De rechtspersoon die – al dan niet samen met een of meer andere rechtspersonen – een of meer organisaties in stand houdt met als doel het bieden van zorg, begeleiding en dienstverlening op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg en/of de verslavingszorg dan wel het ontwikkelen van kennis en/of methodieken op dit gebied.

2. De Regionale Instellingen voor Nascholing en Opleiding.

3. De rechtspersoon die – al dan niet gezamenlijk met een werkgever vallend onder een andere CAO op het gebied van de zorg en/of welzijn – is opgericht door een of meer rechtspersonen als bedoeld onder 1 en uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verleent aan deze rechtsperso(o)n(en), welke diensten bestaan uit werkzaamheden die gebruikelijk in de desbetreffende instellingen worden of werden verricht.

4. De rechtspersoon die is opgericht door een of meer van de rechtspersonen als bedoeld onder 1 dan wel de rechtspersoon waarin een of meer rechtspersonen als bedoeld onder 1 een meerderheidsbelang of een overwegende mate van zeggenschap heeft (hebben) en die onder meer activiteiten verricht op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg en/of de verslavingszorg.

2. De werknemer

De persoon die een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een onder 1. genoemde werkgever, tenzij betrokkene:

1. de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;

2. overheidswerknemer is in de zin van de Wet Privatisering ABP;

3. directeur is, waarbij onder directeur wordt verstaan:

degene die als zodanig voltijd belast is met de beleidsvoorbereiding en het totale beheer van de instelling en daarvoor rechtstreeks verantwoording verschuldigd is aan het bestuur. De werkgever, genoemd onder 1, bepaalt wie volgens deze begripsbepaling directeur van de instelling is;

4. incidenteel gedurende de schoolvakanties werkzaam is voor een periode van maximaal zes weken achtereen;

5. incidenteel op afroep werkzaamheden verricht;

6. uurdocent is;

7. in de instelling werkzaam is uitsluitend ter vervulling van een stage;

8. is aangesteld voor het op projectbasis verrichten van tijdelijke, niet reguliere activiteiten.

Toepassing en ontheffing

 

 

 

 

 

3. Toepassingsverzoek

 

4. Strijdigheid werkingssferen

Als de werkingssfeer van deze CAO strijdig is met een andere CAO of bindende regeling van arbeidsvoorwaarden, kunnen partijen bij deze CAO in overleg met partijen bij die andere CAO of die andere bindende regeling een oplossing zoeken.

5. Sociaal Overleg GGZ

Worden in de CAO-bepalingen aan GGZ Nederland tegenover werknemerspartijen, ieder voor zich of gezamenlijk, of aan de werknemerspartijen, ieder voor zich of gezamenlijk, tegenover GGZ Nederland rechten toegekend? Dan zijn daarbij van toepassing de afspraken in de overeenkomst tussen partijen inzake karakter van, deelname aan en procedures ten aanzien van het Sociaal Overleg GGZ.

6. Afwijkingsmogelijkheden

Voor zover daarin niet anders is bepaald, is het de werkgever niet toegestaan om af te wijken van de bepalingen van deze CAO of arbeidsvoorwaarden met de werknemer overeen te komen die in deze CAO niet geregeld zijn, met uitzondering van:

*

*

(voor zover niet bij wet of CAO geregeld);

*

bedrijfsfonds;

*

2. Over de nadere toepassing van de CAO

1. Nadere uitvoeringsregeling

Als één van de CAO-partijen vindt dat toepassing van de CAO-bepalingen binnen een instelling of categorieën van instellingen of ten aanzien van een bepaalde categorie werknemers in die instelling(en) leidt tot onbedoelde effecten, kunnen partijen nadere uitvoeringsregelingen vaststellen die van toepassing zijn op de instellingen of op categorieën werknemers.

2. Nadere toepassingsregeling

In sommige instellingen voor de behandeling, verzorging en/of opvoeding van jeugdigen, zijn de jongeren gedurende weekends en gebruikelijke schoolvakanties afwezig. Daardoor moeten de werknemers feitelijk langere perioden afwezig zijn. Voor die werknemers geldt de nadere door partijen bij deze CAO vastgestelde toepassingsregeling; zij ontvangen de specifieke instellingsregeling (die gebaseerd is op die nadere toepassingsregeling) tegelijk met de CAO.

3. Interpretatie van de CAO

De CAO-partijen mogen zich tot het Sociaal Overleg GGZ wenden voor uitleg van een of meer CAObepalingen.

Partijen stellen in dit overleg in gezamenlijkheid de uitleg vast en doen dat tegen de achtergrond van de door hen gevoerde onderhandelingen en de daarbij gebleken bedoelingen.

CAO GGZ 2011 – 2013 Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

4. Overgangsbepalingen

De overgangsbepalingen van artikel 51 en 52 van de CAO GGZ 1999/2001 én de overgangsbepalingen voor werknemers van instellingen voor verslavingszorg blijven (overeenkomstig die bepalingen) voor hen van kracht zolang zij bij de werkgever in dienst zijn, voor zover zij niet door CAO-partijen worden gewijzigd.

1. Deze CAO is van toepassing op werkgever en werknemer als hierboven omschreven1. Samenloop CAO'sBeheert de werkgever tevens een andere voorziening die onder een andere CAO valt? Dan is de CAO GGZ uitsluitend van toepassing op de werknemers die in die andere voorziening werken als daartoe ontheffing en toestemming is verleend als hierna aangegeven.2. OntheffingsverzoekPartijen bij deze CAO kunnen op verzoek van de werkgever die onder de werkingssfeer van meer CAO's valt, besluiten de bepalingen van de CAO GGZ niet van toepassing te verklaren. Deze ontheffing kan uitsluitend worden verleend als de werknemers voor wie ontheffing wordt gevraagd met instemming van partijen bij die andere CAO onder de werkingssfeer van die CAO worden gebracht.De werkgever die voor alle of een deel van zijn werknemers niet onder de werkingssfeer van de CAO GGZ valt, kan aan CAO-partijen instemming vragen om deze CAO toe te passen op zijn werknemers die voor dit verzoek niet onder de CAO GGZ vielen.een kredietverstrekkingsregeling;een regeling op het gebied van collectieve verzekeringeen regeling met betrekking tot een sociaal/een meerij-regeling.
 
 
-