Bouwnijverheid
Doordat de CAO algemeen verbindend verklaard is, geldt hij nu voor iedereen binnen deze branche. Met uitzondering van de bedrijven die dispensatie hebben aangevraagd voor deze CAO.
Werkingssfeer
Artikel 1: Definities
Algemeen
1. Onder ‘deze collectieve arbeidsovereenkomst’ (nader ook genoemd ‘deze cao’) wordt
verstaan deze overeenkomst met de daarbij behorende bijlagen.
2. Onder ‘partijen’ worden verstaan werkgevers- en werknemersorganisaties die deze
cao hebben afgesloten en ondertekend.
Werkgever
3. Onder ‘werkgever’ wordt verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die in Nederland
door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in artikel 2, alsmede
ondernemingen in de zin van artikel 2 lid 7.
4. Onder ‘uitzendonderneming’ wordt verstaan de werkgever als bedoeld in artikel 7:690
BW.
5. Onder ‘opleidingsbedrijf’ wordt verstaan een door meerdere werkgevers opgerichte,
landelijk of regionaal werkende rechtspersoon die met leerling-werknemers een
beroepspraktijkvormingsovereenkomst en een arbeidsovereenkomst sluit en daarbij
als leerbedrijf overeenkomstig de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)
(Staatsblad 1995, 501) optreedt en die een opleidingswerkplaats heeft ingericht en
onderhoudt ten behoeve van de uitvoering van het praktijkdeel van de
beroepsopleiding bouw of infra.
Werknemer
6. a. Onder ‘werknemer’ wordt verstaan hij/zij die bij een werkgever als bedoeld
onder lid 3 en/of lid 5 van dit artikel in Nederland werkzaam is:
i. ingevolge een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW, of
ii. ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk, tenzij hij/zij zelf
ondernemer is, of
iii. als hulp van de aannemer van werk zoals onder ii. bedoeld.
b. De werknemer zoals genoemd onder a. kan werkzaam zijn als
bouwplaatswerknemer of als uta-werknemer.
i. Onder ‘bouwplaatswerknemer’ wordt verstaan een werknemer die werkzaam
is in een van de functies als vermeld in bijlage 9a-1 en 9a-2 dan wel in
gelijksoortige functies.
ii. Onder ‘uta-werknemer’ (Uitvoerend Technisch en Administratief Personeel)
wordt verstaan een werknemer die werkzaam is in een van de functies als
vermeld in bijlage 9b dan wel in gelijksoortige functies.
7. Onder ‘jeugdige werknemer’ wordt verstaan een werknemer beneden de leeftijd van
22 jaar.
8. Onder ‘vakvolwassen werknemer’ wordt verstaan een werknemer van 22 jaar of
ouder.
9. Onder ‘leerling-werknemer’ wordt verstaan de deelnemer aan de
beroepsbegeleidende leerweg conform de WEB.
10.Onder ‘uitzendwerknemer’ wordt verstaan de werknemer als bedoeld in artikel 7:690
BW.
11.Niet als ‘werknemer’ worden beschouwd:
a. direct- en indirect-grootaandeelhouders in de zin van de Pensioenwet
(Staatsblad 2006, 706) van naamloze vennootschappen en/of besloten
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid;
b. vertegenwoordigers, handelsreizigers en acquisiteurs;
c. coördinatoren in dienst van opleidingsbedrijven;
d. wakers en portiers en degenen die soortgelijke arbeid verrichten;
e. vakantiewerkers;
f. deelnemer-stagiair(e) waaronder wordt verstaan de deelnemer aan de
beroepsopleidende leerweg die stage loopt bij een werkgever als bedoeld in lid
3.
Bouwwerken c.q. bouwactiviteiten
12.Onder ‘bouwwerken’ c.q. ‘bouwactiviteiten’ wordt verstaan respectievelijk daarmee
gelijkgesteld:
a. woningen, gebruiks- of bedrijfsgebouwen dan wel andere constructies van
bouwkundige aard;
b. ovenbouw en schoorsteenbouw;
c. dakbedekkingen;
d. egalisatie van terreinen, bouwrijp maken, funderingen;
e. steigerbouw zijnde monteren/construeren en demonteren van
steigerelementen;
f. industriële steigerbouw zijnde steigerbouw ten behoeve van het onderhoud
aan industriële fabrieksinstallaties;
g. riolerings- en kabelnetten;
h. grondborings-, bronbemalings-, sondeer- en buizenlegwerken;
i. zinkers, doorpersingen en regeninstallaties;
j. kust- en oeverwerken;
k. heiwerkzaamheden zijnde het in de grond storten of indrijven respectievelijk
uittrekken van palen en damwanden en/of het uitvoeren van drainerings-,
grondverdichtings- en grondinjecteringswerken;
l. funderingswerkzaamheden;
m. spoorwerken;
n. waterbouwkundige (kunst)werken;
o. bouwkundige voorzieningen voor land-, water- en luchtverkeer;
p. sloopwerken;
q. wegenbouw en bestratingswerkzaamheden, waaronder het aanbrengen van
wegmarkeringen en de aanleg, montage, onderhoud en sloop van
verkeersveiligheid bevorderende voorzieningen en geluidsweringen;
r. het ontwerpen, aanleggen, veranderen, herstellen, onderhouden of ontstoppen
en/of bedrijfsvaardig opleveren van de openbare riolering vanaf het
overnamepunt van het waterkwaliteitsbeheer tot aan de perceelgrens alsmede
hierbij opgedragen werkzaamheden aan de buitenriolering vanaf de
perceelgrens tot 0,5 meter buiten de gevel;
s. betonbekisting, betonboren en vlechtwerk;
t. betonreparatie van constructieve aard en betoninjectering;
u. metsel-, voeg-, en lijmwerk;
v. tegel- en kitwerk;
w. asfaltproductie;
x. het afgraven van verontreinigde grond;
y. droge zandwinning;
z. het opbouwen en/of plaatsen van verplaatsbare verblijfsruimten (units bedoeld
voor tijdelijke behuizing), voor zover het plaatsen gemeten naar de loonsom
niet slechts een uitvloeisel is van de fabricage van deze verblijfsruimten;
aa. asbestverwijdering;
bb. de aanleg, montage en onderhoud van ondergrondse kabels en buisleidingen,
alsmede de aanleg, montage en onderhoud van bovengrondse kabels en
buisleidingen ten behoeve van de te verrichten bouwwerkzaamheden;
cc. industriële bouw zijnde het overwegend met gebruikmaking van grote,
fabrieksmatig vervaardigde elementen van beton, steen of kunststof
bouwwerken tot stand brengen;
dd. grondwerken ten behoeve van civieltechnische bestemmingen;
ee. grondverzetwerken ten behoeve van een van de hiervoor genoemde
bouwwerken c.q. bouwactiviteiten;
ff. overige werken die naar hun aard tot het bouwbedrijf moeten worden
gerekend.
13.Onder ‘infrastructurele werken’ wordt verstaan werk aan wegen, spoorwegen en
riolerings- en kabelnetten.
Cultuurtechnische en civieltechnische werkzaamheden
14.Onder ‘cultuurtechnische werkzaamheden’ wordt verstaan: werkzaamheden met, aan
of door machines en werktuigen ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen,
de daarmee samenhangende drainage en grondwerken (bovenste grondlaag),
alsmede het hiermee samenhangende onderhoud, met uitsluiting van
baggerwerkzaamheden met specifiek baggermaterieel. Van de hiervoor genoemde
cultuurtechnische werkzaamheden is eerst sprake, indien en voor zover geen bouw-
/aanlegvergunning is vereist, met uitzondering van de vergunningen betrekking
hebbend op de feitelijke plantaardige en dierlijke productie en/of de aanleg van
groenvoorzieningen. Voor enkele voorbeelden wordt verwezen naar bijlage 1.
15.Onder ‘civieltechnische werkzaamheden’ wordt verstaan: de aanleg van verhardingen,
rioleringen en gebouwen en dergelijke waarvoor een bouw- of aanlegvergunning is
vereist, alsmede het hiermee samenhangende onderhoud. Voor enkele voorbeelden
wordt verwezen naar bijlage 1.
Bouwplaats
16.Onder ‘bouwplaats’ wordt verstaan elke plaats waar bouwwerken c.q.
bouwactiviteiten zoals genoemd in lid 12 worden uitgevoerd c.q. tot stand worden
gebracht.
Artikel 2: Werkingssfeer
1.
Bouwbedrijven
De bepalingen van deze cao zijn van toepassing op ondernemingen, op werkgevers
en werknemers, waarvan het bedrijf is gericht op productie (respectievelijk
dienstverlening) voor of aan derden op het gebied van:
a. het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten;
b. het op de bouwplaats uitvoeren van onderdelen van bouwwerken; het elders
vervaardigen van deze onderdelen wordt hiermee gelijkgesteld, indien de
onderneming die de onderdelen vervaardigt tevens zorgdraagt voor de
verwerking daarvan in het bouwwerk;
c. het uitvoeren van verbouwingen en/of onderhoudswerk aan (onderdelen van)
bouwwerken;
d. het verlenen van diensten op bouwplaatsen;
e. elders dan op de bouwplaats verrichte werkzaamheden ter voorbereiding van
de bouw, indien zij worden verricht door de onderneming die het bouwwerk op
de bouwplaats tot stand brengt;
f. het verhuren van machines met bedienend personeel voor het verrichten van
werkzaamheden bij de uitvoering van werken als onder a. tot en met e.
genoemd.
2.
Opleidingsbedrijven
De bepalingen van deze cao zijn tevens van toepassing op opleidingsbedrijven als
bedoeld in artikel 1 lid 5 van deze cao.
3.
Uitzendondernemingen
De bepalingen van deze cao zijn tevens van toepassing op:
a. uitzendondernemingen die voor meer dan 50% van de loonsom
arbeidskrachten ter beschikking stellen aan werkgevers als bedoeld in artikel 1
lid 3 en/of lid 5, met uitzondering van uitzendondernemingen die lid zijn van de
Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU);
b. uitzendondernemingen die onderdeel zijn van een concern dat rechtstreeks of
door algemeenverbindendverklaring is gebonden aan deze cao;
c. paritair afgesproken arbeidspools.
4.
Bouwen in eigen beheer
De bepalingen van deze cao vinden voorts toepassing ten aanzien van:
a. werkgevers die bouwen voor eigen rekening met het doel het gebouwde aan
derden te verkopen, of te verhuren, of op andere wijze ter beschikking te
stellen;
b. werkgevers die bouwwerken of verbouwingen in eigen beheer doen uitvoeren
met het doel het gebouwde voor zichzelf of voor de eigen onderneming in
gebruik te nemen, dan wel ter beschikking van personeelsleden te stellen;
c. werkgevers die verbouwingen en onderhoudswerken in eigen beheer doen
uitvoeren aan gebouwen, die zij in eigendom bezitten of in beheer hebben.
In de gevallen onder sub b. en c. is de cao enkel van toepassing ten aanzien van de
werknemers die bij de uitvoering, de verbouwing of het onderhoud van bouwwerken
arbeid verrichten, met uitzondering van degenen waarop een andere collectieve
arbeidsovereenkomst van toepassing is.
5.
Ondernemingen waarop deze overeenkomst niet van toepassing is
De bepalingen van deze cao zijn niet van toepassing op ondernemingen, waarvan het
bedrijf in overwegende mate is gericht op productie (respectievelijk dienstverlening)
voor derden op de hiernavolgende gebieden.
De overwegende productie wordt bepaald door een vergelijking van de in elke
productie verloonde bedragen.
1. Baggerwerken.
2. Betonmortel en betonmorteltransport.
3. Betonwaren.
4. Natuursteen.
5. Parketvloeren.
6. Schilderen en afwerken.
7. Steen, houtgraniet en kunststeen.
8. Stukadoors- , afbouw- en terrazzo-/vloerenbedrijf.
9. Staalskeletbouw en het uitvoeren van werken geheel of nagenoeg geheel in
staal.
10.Fabrieksmatig timmerwerk.
11.Interieurbetimmeringen.
12.Loodgieters- en fittersbedrijf.
13.Centrale verwarmingsinstallaties.
14.Het maken van elektrotechnische verbindingen tussen kabels van kabelnetten.
15.Het verhuren van mobiele kranen.
16.Asbestverwijdering aan of op bouwwerken als voorbehandeling ten behoeve
van het aanbrengen, herstellen, bekleden, afwerken en/of onderhouden van
isolerende materialen.
17.Sloop van objecten (nagenoeg) geheel bestaande uit metaal waarvan het
aantal arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die bij de
werkzaamheden worden ingezet groter is dan het aantal overeengekomen
arbeidsuren bij de overige te verrichten werkzaamheden van alle in dienst
zijnde werknemers gemeten over de periode van een kalenderjaar.
18.Cultuurtechnische werkzaamheden die vallen binnen de werkingssfeer van de
cao Landbouwwerktuigen Exploiterende Ondernemingen, zoals omschreven in
het besluit tot algemeen verbindendverklaring van de bepalingen van de cao
Landbouwwerktuigen Exploiterende Ondernemingen van 10 maart 2010
(Staatscourant van 15 maart 2010, nr. 3977). Voor de definitie van
cultuurtechnische werkzaamheden zie artikel 1 lid 14 van de onderhavige cao.
19.Ovenbouw en schoorsteenbouw, voor zover onderdeel van
isolatiewerkzaamheden.
20.Dakbedekkingen zijnde bitumineuze of van aluminium, kunststof, zink, lood of
koper.
21.Railinfrastructurele werkzaamheden die vallen binnen de werkingssfeer van de
cao Railinfrastructuur, zoals omschreven in het besluit tot algemeen
verbindendverklaring van de bepalingen van de cao Railinfrastructuur van 11
maart 2011 (Staatscourant van 16 maart 2011, nr. 2899).
22.Het verhuren van machines met bedienend personeel voor het verrichten van
de bouwwerken c.q. bouwactiviteiten zoals genoemd onder artikel 1 lid 12 sub
r, t, w, x, y, z en aa van deze cao.
23.Grondverzetwerken ten behoeve van de bouwwerken c.q. bouwactiviteiten
zoals genoemd onder artikel 1 lid 12 sub r, t, w, x, y, z en aa van deze cao.
24.Overige werken die naar hun aard niet tot het bouwbedrijf moeten worden
gerekend.
6.
Afdelingen waarop deze overeenkomst niet van toepassing is
De bepalingen van deze cao zijn niet van toepassing op een afzonderlijke afdeling,
waarvan het bedrijf in overwegende mate is gericht op productie (respectievelijk
dienstverlening) voor derden op de in lid 5 genoemde gebieden.
De overwegende productie wordt bepaald door een vergelijking van de in elke
productie verloonde bedragen. Afzonderlijke afdelingen worden aanwezig geacht
indien elke bedrijfsuitoefening feitelijk als zelfstandige eenheid is georganiseerd.
7.
Nauwe verwantschap
Ondernemingen die zich door middel van een overeenkomst met partijen willen
verbinden deze cao toe te passen, dienen een verzoek hiertoe in te dienen bij
partijen. Dit verzoek dient te worden gezonden aan het Technisch Bureau
Bouwnijverheid.
Tekst inklappen [-]